3.2. Constructie.

 

Zoals uit de bovenstaande definitie blijkt, beschikt een wankelmotor niet over zuigers in vergelijking met een conventionele zuigermotor, maar over een driehoekige rotor.

 

 

Omdat er een zuiger ontbreekt hoeft er dus geen gebruik gemaakt te worden van een drijfstang. Dit scheelt in gewicht en tevens in, door dit onderdeel ontstane, wrijvingskrachten, rotatie en translatiekrachten en rotatie en translatiemomenten.

 

 

Bij dit type motor maken we gebruik van in- en uitlaatpoorten wat dus het gebruik van kleppen voor de gaswisseling overbodig maakt. (We kunnen dit vergelijken met een tweeslagmotor. Deze motor kent geen kleppen.) De in- en uitlaat poorten worden bediend door de rotor. Doordat de rotor draait heeft deze tevens de functie om ervoor te zorgen dat de in- en uitlaatopeningen worden vrijgegeven of afgesloten.

 

 

Omdat de wankelmotor geen zuiger heeft maar een rotor, is er geen drijfstang nodig om de verbrandingskrachten boven de zuiger om te zetten. Bij de conventionele zuigermotor wordt de translerende beweging van de zuiger omgezet naar een roterende beweging van de krukas. Bij de wankelmotor hoeven er geen kracht omgezet te worden zodat er alleen een roterende beweging is.

 

 

De overbrenging van de rotor naar de krukas is als volgt; als de rotor één maal ronddraait zal de krukas driemaal ronddraaien.

 

 


Het bovenstaande wordt duidelijker als we onderstaande figuur bekijken.

 

 

Figuur 5: Schematische tekening wankelmotor.

 

 

A - Kamer A.

B - Kamer B.

C - Kamer C.

E - Excentrisch middelpunt.

I - Binnenvertanding van de rotor.

L - Loopvlak rotor.

R - Aandrijftandwiel.

Z - Bougie.