3.4.2.1. Afdichting.

 

Om tot een verantwoorde afdichting te komen moeten we bij de rotor op twee plaatsen zorgen voor afdichting. Zowel op de hoekpunten van de rotor alsook aan de zijkanten van de rotor.

 

 

De afdichting op de hoekpunten van de rotor vergt een specifieke constructie. Dit enerzijds vanwege de temperaturen die hier bereikt worden. Anderzijds vanwege de druk die hier heerst. Dit speelt hoofdzakelijk een rol bij de arbeidsslag. Tevens moeten we niet vergeten dat de stand van de afdichting veranderd ten opzichte van het rotorhuis. Het probleem zit in de aandrukkracht van de afdichting tegen het rotorhuis. Hier is het dus van belang dat er zeer slijtvaste materialen gebruikt worden.

 

 

In onderstaand figuur is duidelijk zichtbaar hoe de afdichting plaatsvindt. Wat hierbij opvalt is dat de topveer een groot gecombineerd insluitoppervlak heeft. Dit oppervlak wordt verkregen door het raakvlak met de rotor en het raakvlak met de topgat afdichting.

 

 

Figuur 17: Verschillende veren.

 

 

Onderstaande tekening geeft zicht op de verschillende onderdelen voor de topafdichting

 

 

Figuur 18: Topafdichting.


De afdichting aan de zijkant van de rotor vergt ook de nodige aandacht. Hier moeten we ook de nodige veren toepassen zodat er een optimale afdichting gewaarborgd is. Deze veren hebben de taak om bij zowel de translerende en de roterende bewegingen van de rotor te zorgen voor afdichting. Dit in tegenstelling tot de zuigerveren van een zuigermotor. Deze moeten enkel de translerende beweging van de zuiger afdichten.

 

 

Onderstaande tekening geeft zicht op de afdichting van de rotor ten opzichte van het tussenmotorhuis.

 

 

Figuur 19: Rotorafdichting.

 

Benaming onderdelen:

 

1)      Afdichtring.

2)      Veer afdichtring.

3)      Buitenste oliekeerring.

4)      Buitenste O-ring.

5)      Veer buitenste oliekeerring.

6)      Binnenste oliekeerring.

7)      Binnenste O-ring.

8)      Veer binnenste oliekeerring.

 


Onderstaand tekeningen tonen duidelijk aan dat we gebruik maken van de verschillende soorten afdichtveren. Zo is de zijafdichtveer zo dicht mogelijk bij de flanken van de rotor geplaatst. Verder zien we een tweetal olieveren om het mogelijke olieverbruik tot een minimum terug te brengen.

 

 

Flankafdichting:

 

Figuur 20: Flankafdichting.

 

 

Afdichtring:

 

Figuur 21: Afdichtring.

 

 

Hoekafdichting:

 

Figuur 22: Hoekafdichting.

 

 


Topafdichting:

 

Figuur 23: Topafdichting.

 

 

Oliekeerring:

 

Figuur 24: Oliekeerring.

 

 

Onderstaande tekening toont een overzicht van de plaatsing van de genoemde afdichtingen.

 

 

Figuur 25: Verschillende afdichtingen.


Samenvattend kunnen we de vele verschillende afdichtingen zien, in onderstaande afbeelding, die gebruikt worden voor de rotor.

 

 

Figuur 26: Totaal overzicht afdichtingen van de rotor.